Antwoord:
Ik zou het onverstandig vinden geen gepersonaliseerd advies in te winnen. De rechtszaak is opgestart, tegenpartij heeft een advocaat, zodat U eigenlijk geen andere keuze hebt om U te laten bijstaan. U in deze zelf vertegenwoordigen is géén goed idee. Dit gezegd zijnde, de vordering van de campingbaas is een persoonlijke rechtsvordering, dewelke verjaart op grond van artikel 2262bis na verloop van 10 jaar. Zakelijke rechten betreffen de eigendomsrechten van onroerende goederen, zoals verkoop, vruchtgebruik, .... Huur evenwel niet. Evenwel kan de vordering te maken hebben met verhuur, dan bedraagt de termijn 5 jaar (2277 B.W.) Anderzijds kan de campingbaas gelijkgesteld worden met een hotelhouder (6 maand - artikel 2271 B.W.)) of ook nog met de verkoper aan particulieren (1 jaar - artikel 2272 B.W.). De arresten van het Arbitragehof (nr. 15/2005, B.S. 10/03/2005; nr. 13/2007, BS 13/03/2007) |