Opslaan in favorieten
Uitgebreid zoeken
Nederlandse versie: Gratis Adivseurs Usa version: Advisors 4 Free Version française: Conseils Gratuits Versione italiana: consigligratuiti.it Belgische versie: gratisadviseurs.be Versión española : Consejeros Gratis Deutsche Version: Gratis Beraten
U bevindt zich hier:Home » Mens & Maatschappij » Overheid » Hulpdiensten » Brandweer
Adverteren op deze site?

Direct vraag stellen?

Stel online je vraag in de rubriek Brandweer en krijg online een antwoord van de specialist in Brandweer

Zelf een vraag over Brandweer? Klik hier.
Meer vragen over Brandweer.

Beheerder worden?

De rubriek Brandweer heeft momenteel nog geen beheerder.

Meld je aan als beheerder voor de rubriek Brandweer Klik hier.

RSS over BrandweerVragen over Brandweer via RSS. Klik hier.
RSS over Brandweer op jouw website?Vragen over Brandweer op jouw website? Klik hier.
Blijf op de hoogte via e-mail over BrandweerVragen over Brandweer via E-mail. Klik hier.

Kunnen wij in ser.ruimte vaten diesel neerzetten ?

[Gesteld op: 15-02-2007]

Toelichting:
Goedendag, wij hebben op het dak een diesel aggregaat staan en willen wij in de serviceruimte een verdieping lager 2 vaten met diesel op een lekbak zetten om de aggregaat regelmatig bij te kunnen vullen. dit gaat middels : Piusi E 80 pompunit, brandstofslang, afleverpistool met automatische afslag, zuigbuis met bondel en een
opvangbak t.b.v. 2 200 litr vaten.
Is dit toegestaan of niet? alvast bedankt voor uw antwoord,met vr groet Peter Mol
Antwoord:
In de PGS 30 staan de aanvullende eisen waar deze ruimte aan moet voldoen:

4.8 Aanvullende voorschriften voor inpandige opslag
In dit hoofdstuk zijn alleen aanvullende voorschriften opgenomen. Alle overige voorschriften in deze
richtlijn zijn – voor zover deze relevant zijn – óók op de inpandige opslag van toepassing.
4.8.1 Toepassingsgebied
Deze aanvullende voorschriften zijn van toepassing op de inpandige opslag van ten hoogste 15 m3
brandbare producten in stationaire stalen tanks. Grotere hoeveelheden kunnen worden opgeslagen
door deze over aparte ruimten te verdelen of door opslag in gecompartimenteerde ruimten (= ruimten
gescheiden door een wand met een brandwerendheid van 60 minuten). In inrichtingen die zich onder
woningen of dienstwoningen bevinden mag ten hoogste 3 m3 brandbaar product worden opgeslagen.
4.8.2 De tank
Tanks die niet zijn voorzien van een tankcertificaat moeten door KIWA worden gekeurd.
Indien dubbelwandige tanks worden toegepast dan is hoofdstuk 4.6 van deze richtlijn van toepassing
met uitzondering van de beperking in tankcapaciteit – deze mag bij inpandige opslag dus eveneens
maximaal 15 m3 bedragen.
Met het oog op het verwijderen van eventueel gemorst product gaat de voorkeur uit naar de opslag in
enkelwandige tanks die geplaatst zijn in een opvangbak (zie 4.8.5)
4.8.3 De vulaansluiting
Tanks met een opslagcapaciteit van ten hoogste 5.000 liter en die niet zijn voorzien van een vulleiding
met overvulbeveiliging, moeten via een direct op de tank aangebrachte vulopening worden
gevuld met een vulpistool met automatische afslag.
Het aansluitpunt voor het vullen van een tank mag zich binnen bevinden (en moet voorzien zijn van
een voorziening voor de opvang van gemorst product).
4.8.4 Beluchting en ontluchting
Beluchting en ontluchting moet geschieden met een rechtstreekse verbindingsleiding met de buitenlucht.
Inregenen in deze leiding moet worden voorkomen.
4.8.5 De opslagruimte
4.8.5.1 Constructie-eisen
De ruimte voor de opslag wordt gerekend als brandcompartiment en moet voldoen aan de artikelen
184, 185, 186 en 193 van het Bouwbesluit.
N.B. in het (ontwerp) Bouwbesluit Fase II zullen de artikelen 185 en 186 nader zijn uitgewerkt.
De opslagruimte mag zich als regel niet bevinden op een verdieping. Aan de hand van het door de
gemeentelijke brandweer op te stellen aanvalsplan bij brand, kan in overleg met deze brandweerworden
toegestaan dat de opslag zich op een verdieping bevindt.
De vloer van de opslagruimte mag lager zijn dan het maaiveld.
De vloer van de opslagruimte moet zijn vervaardigd van onbrandbaar materiaal.
Ramen en lichtopeningen in een brandwerende scheiding mogen niet te openen zijn.
Indien een (deel van) de opslagruimte is uitgevoerd als opvangbak, dan mogen leidingdoorvoeringen
niet worden aangebracht in delen van wand en vloer die onderdeel vormen van de opvangbak. De
delen van de wand en de vloer die een opvangbak vormen moeten vloeistofdicht zijn.

In de bodem van de bak mogen zich geen openingen bevinden die in directe verbinding staan of kunnen
worden gebracht met riolen dan wel met het oppervlaktewater.
4.8.5.2 Vluchtwegen (zie Bijlage 3 van de Toelichting van de Modelbouwverordening 1992)
Een uitgang die moet dienen als vluchtweg moet een minimale onbelemmerde doorgang bezitten van
2,10 m hoog en 0,60 m breed (Bouwbesluit art. 236).
In een opslagruimte mag de in een ruimte af te leggen afstand naar een uitgang (= de interne loopafstand)
ten hoogste 15 m bedragen. Zo nodig moeten meerdere uitgangen zijn aangebracht. Indien de
opslagruimte over slechts één uitgang beschikt, dan moet tevens een gelegenheid tot ontkoming aanwezig
zijn.
N.B. Een gelegenheid tot ontkoming is een niet voor normaal gebruik bedoelde vluchtmogelijkheid,
zoals een raam, luik, brandladder, uitkomend op een veilige plaats.
4.8.5.3 Rookverbod
In de opslagruimte moet een verbod zijn op roken en open vuur. Dit moet zijn aangegeven met pictogrammen
overeenkomstig Bijlage XA bij artikel 8.10 van de Arbeidsomstandighedenregeling (Besluit
van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 12 maart 1997 houdende bepalingen
ter uitvoering van bij en krachtens de Arbeidsomstandighedenwet en enige andere wetten
gestelde regels).
4.8.5.4 Productopvang
Een tank moet geplaatst zijn in een productbestendige bak die de opslagcapaciteit van de tank kan
bevatten. Indien meerdere tanks in één bak worden geplaatst, dan moet deze bak de gezamenlijke
opslagcapaciteit van deze tanks kunnen bevatten.
De vloer en wanden van de opslagruimte kunnen zijn uitgevoerd als opvangbak. In dat geval mag de
opvangvoorziening van de tank niet gecombineerd zijn met de opvangvoorziening van het vulpunt.
4.8.5.5 Geen opslag van verwarmde producten
Verwarmde producten (met verwarmingselementen, stoomspiralen e.d.) mogen niet inpandig worden
opgeslagen.
4.8.5.6 Ruimteverwarming
Ruimteverwarming mag slechts geschieden door verwarmingstoestellen, waarvan de verbrandingsruimte
niet in open verbinding staat of kan worden gebracht met de opslagruimte. In de opslagruimte
mogen geen apparaten of andere objecten aanwezig zijn met een oppervlaktetemperatuur van meer
dan 150°C.
4.8.5.7 Elektrische installatie
Elektrische aansluitingen en schakelaars in een als opvangbak uitgevoerde ruimte moeten zich boven
het hoogste ‘vloeistofniveau’ bevinden (boven het niveau bij eventuele maximale productopvang). Ten
behoeve van de opslag hoeft geen noodverlichting te zijn aangebracht.
4.8.5.8 Ventilatie
Bij opslagcapaciteit boven 3 m3 moet de opslagruimte zijn voorzien van een doelmatige ventilatieinrichting,
die niet ongewild buiten werking kan worden gezet.
Waar nodig moeten doeltreffende voorzieningen zijn aangebracht om te voorkomen dat door het ventilatiesysteem
ontsteking van buitenaf kan plaatsvinden. Deze kunnen dan onder andere bestaan uit
het aanbrengen van doelmatige vlamkerende voorzieningen.
Indien wordt gekozen voor natuurlijke ventilatie, dan moet aan het volgende worden voldaan:
a. De ventilatie-openingen moeten rechtstreeks op de buitenlucht zijn aangesloten en moeten (diagonaalsgewijs)
zijn aangebracht in tegenoverliggende wanden en wel bij het hoogste punt in de ruimte
en bij de vloer. Het hoogste ventilatiepunt mag ook in het dak zijn aangebracht.
b. De totale oppervlakte van de openingen moet 0,5% van het vloeroppervlak bedragen.
c. Elk rooster moet een luchtdoorlatend oppervlak van ten minste 1 dm3 hebben.
Indien gebruik wordt gemaakt van mechanische ventilatie, dan moet deze voldoende zijn om de lucht
binnen het opslaggebouw vier maal per uur te verversen.
4.8.5.9 Branddetectie en Brandbestrijding
Branddetectie is niet vereist bij de opslag van producten met een vlampunt boven 55°C.
In de ruimte waarin de opslagtanks zijn geplaatst moet binnen 10 meter van enige tank een draagbaar
blustoestel aanwezig zijn met een blusequivalent van 6 kg bluspoeder (zie ook 4.4.6).
4.8.6 Opslag in een werkruimte
Opslagtanks voor de opslag van brandbare vloeistoffen met een gezamenlijke capaciteit van ten
hoogste 3 m3 mogen zich bevinden in en werkruimte – b.v. een garagebedrijf, of in één ruimte met
een noodstroomaggregaat, terwijl grotere opslagen in een aparte ruimte moeten plaatsvinden.
Indien de opslag plaats vindt in een werkruimte dan geldt het rookverbod (4.8.5.3) en het verbod op
de aanwezigheid van hete voorwerpen (4.8.5.6) slechts tot een afstand van drie meter vanaf de tank
of de opvangbak. Binnen deze afstand van 3 meter van de opslag mag geen brandgevaarlijk werk
worden verricht.

Een heleboel tekst, alles is na te lezen op: www.vrom.nl/get.asp?file=Docs/milieu/PGS30.pdf

Suc ermee.

Groetnis,

Jeroen Huizinga
Beantwoord door:
Gratis Adviseurs
www.gratisadviseurs.nl


Gerelateerde vragen aan Kunnen wij in ser.ruimte vaten diesel neerzetten ?:

BSO inrichten ( kinderopvang)
      [Gesteld in Inrichting]
2008-01-05 19:57:18
Hoe mijn eeste iniminihuisje inrichten?
      [Gesteld in Inrichting]
2009-03-29 12:41:25
Woonkamerkeuken met trap, kleurgebruik?
      [Gesteld in Interieur-Noord Holland]
2009-11-12 19:56:21
goedendag IK ga binnenkort verhuizen naar een
      [Gesteld in Interieur-Noord Holland]
2010-05-19 09:10:43
Bedrijf verkopen,maar verhuurder wil niet meewerke
      [Gesteld in Zakelijke Dienstverlening]
2012-03-27 21:45:55

Gemiddelde score Brandweer: 0.0 (0x gestemd)

Wat voor cijfer geeft u dit antwoord?

 
10

 
Versturen via e-mail aan vrienden?
 
Uw Naam:
Uw Email:
Naam bekende:
Email bekende:
+ meer vrienden invoeren
 
Message:
Check:
 



Disclaimer | Sitemap | Archief | Links | 100 laatste vragen | Populair archief

Top 3 adviseurs

Uw banner hier?

Concept & Realisatie Webshop+